Zo stil in mij…

Van de week had ik een gesprek met een cliënte over stressreductie en de technieken die je daarvoor kunt inzetten. “Hoe word jij dan zen?”, vroeg ze mij. Ik moest even schakelen, maar besloot eerlijk te zijn. “Mijn hersenen zijn zen door medicatie. Ik heb zeven jaar een AD(H)D-medicijn (Strattera) geslikt en toen ik twee jaar geleden stopte, gebeurde er iets wat ik niet had verwacht: in plaats van mijn oude kneiterdrukke hoofd terug te krijgen, bleef het stil in mijn brein.”

Rare wereld

Het is een controversieel onderwerp en het is precies waar veel tegenstanders van AD(H)D-medicatie tegen ageren: het idee dat psychofarmaca je hersenen blijvend kunnen veranderen. Terwijl als een hartpatiënt met zijn medicatie zou stoppen en zijn hart ineens beter bleek te functioneren, we ook niet zouden reageren met: wat een gevaarlijk goedje zeg, die betablokkers! We zijn gewend aan medicijnen als symptoombestrijding, niet als geneesmiddel. Terwijl we ze wel zo noemen, rare wereld!

Wij zijn niet ons brein

Waarom hebben we dan zo’n moeite met psychofarmaca? Ik denk omdat we ons brein verwarren met ons ‘zelf’, ons diepste wezen. Ben ik een ander mens dan ik vroeger was? Beslist niet. Ik ben nog net zo direct, geestig (hoop ik dan), non-conformistisch en creatief als ik altijd was. Ik functioneer alleen beter. Impulsiviteit is leuk als ie tot positieve verrassingen en leven in de brouwerij leidt, niet als ie leidt tot het nemen van stomme, ondoordachte beslissingen. En een hoofd dat 24 uur per dag zoemt van de gedachten is vooral enorm vermoeiend en bemoeilijkt een gezonde focus.

Anybody in there?

Wat ik dan van de stilte in mijn hoofd vind? Ik omarm hem.  En ik vind het hoopvol dat ons brein kennelijk zo plastisch is, dat het zijn infrastructuur onder invloed van bepaalde stoffen kan veranderen. Ik weet nog goed dat ik met Strattera begon, en het steeds rustiger werd in die heksenketel van me. Tot het tenslotte simpelweg een groot deel van de tijd stil was. Een hele gekke gewaarwording als je al veertig jaar heel veel moeite hebt om je denken stop te zetten. Ik klopte wel eens glimlachend zachtjes op mijn hoofd, onder de gekscherende uitroep: “Joehoe! Anybody in there?”.

Minder stressvol

Ben ik dan nu genezen van AD(H)D? Nou nee. Ik kan helaas nog steeds niet goed plannen en organiseren en heb moeite met het inschatten van de tijd die taken kosten. Mijn gedachten dwalen veelvuldig af en mijn huis is nog altijd een rommelig geheel, net als mijn administratie. Drukke plekken mijd ik nog steeds en ik hoed me voor een overvolle agenda. Maar die rust in mijn hoofd… Die wel-da-di-ge rust… Die maakt mijn leven zóveel minder stressvol! I like!

Begrip voor een aandoening die je niet ziet

Er is steeds meer aandacht voor psyschische problematiek.  Fijn, want heb je last van je knie, een gebroken arm, dan is er vaak veel begrip.  Voor wat je niet direct ziet en wat je veel moeilijker onder woorden kan brengen, schiet dat nog weleens tekort.

Dat werkt natuurlijk aan twee kanten, want als er weinig over gepraat wordt, blijft het een vaag iets, iets mysterieus. En dat terwijl zoveel mensen, tijdelijk of permanent, lijden aan tal van mentale issues.

“Hier uw Wellbutrin”

Vanmorgen haalde ik een nieuw potje Wellbutrin. De apothekersassistente benoemde het hardop: “Zo, hier uw Wellbutrin”. Alsof ze me een heel mooi kadootjes gaf, de nieuwste iPhone ofzo. Gelukkig waren er op dat moment geen klanten meer. Maar dat ik in elkaar dook en rondkeek of er niemand was, zegt iets over het feit dat ik alles nog niet zo geaccepteerd heb. En dat ik, ook als ik het wilde, er ook nog lang niet altijd makkelijk open over kan praten.

 Twijfelkont

 Met name praten over de medicatie is een dingetje.  Toen ik ermee begon, was ik behoorlijk wanhopig door mijn extreme moodswings. Ik had na mijn scheiding ruim 2 maanden erg slecht geslapen. En ging me dan ook afvragen of die dip misschien gewoon door het slechte slapen kwam. En een twijfelkont als ik ben, stopte ik twee weken geleden dus weer met de Wellbutrin. Maar aan het einde van de dag was ik zo opgejaagd en had ik zo’n enorme hoofdpijn, dat ik toch besloot om weer te beginnen.

 Ups en downs

 En ik moet zeggen: ik ben minder vaak opgejaagd. Het gaat met ups en downs: ik kan hele dag blij zij door een vriendelijk gebaar van iemand op straat, maar ook hele dag een stemming hebben van ‘krijg toch allemaal de kolere’. En ik heb nog steeds meer gesprekken in mijn hoofd dan in real life. Toch laat ik dingen voor mijn doen makkelijker los. Ik blijf me afvragen: is dit het waard, het risico van medicatie? Want het rondjes draaien in m’n hoofd en die borrelende onrust lijken nooit helemaal weg te gaan. Maar we zien het wel. In de tussentijd leg ik mezelf maar weer eens de mantra op: per dag je best doen en weten dat dat genoeg is.

 Vechten

 Vandaag is ook een minder dagje. Ik ben moe. Twee weken geleden schreef ik  daarover onderstaand gedicht:

Moe

Zo moe van het vechten, jarenlang tegen pijn en verdriet. 
Eenzaamheid die niemand ziet.
Niemand die er ook bij komen kon, 
de act van sterk zijn is wat ik overwon.

Door de muren heen gebroken, 
ik voel me niet meer alleen.
Ik mag er zijn met al mijn gekte en pijn 
en vertrouw op de mensen die er voor me zijn.

Ik heb vertrouwen in mijn eigen kunnen, 
ik mag het even niet weten mezelf ook gunnen.
Daar ligt de kracht en groei, 
na een dieptepunt weer wat verder in bloei.

Alles mag eruit, ik huil bitterzoete tranen,
Sta open en word geraakt 
door alles wat het leven 
ingewikkeld maar de moeite waard maakt.

Met de tranen komen de pijntjes vrij, 
al die puzzelstukjes van mij.
Zo word ik weer heel, 
al ben ik nog zo moe van veel te veel gedoe.

Ik zeg tegen mezelf: wat een werk al verricht, 
en zie de tekenen ervan in mijn gezicht.
Nog wat bruggen te slaan, 
en leer te luisteren, mezelf te verstaan.

Je kan alles!

Wat ik bovenal na een paar intense levenslessen heb geleerd is dit: je kan alles, lieve dames. Het kan mega pijn doen, maar probeer naar jezelf te luisteren en de mooie dingen te zien. In alles om je heen. En niet te vergeten: in jezelf!

Insomnia

40 was ik toen ik mijn diagnose kreeg. Na een leven van ‘anders’ voelen. Ik had het gevoel dat alles mij meer energie kostte dan anderen, dat ik altijd harder moest werken om dingen te bereiken. En ja… dat klopte dus. ADHD van het overwegend onoplettende type, oftewel ADD, luidde het oordeel. Dat had ik zelf ook al uitgevogeld.

Al zolang ik mij kon herinneren had ik wat ik ‘absences’ noemde. Veelvuldig even wegdromen terwijl je midden in een gesprek, les, boek, tv-programma of waar dan ook zit. Heerlijk in je eigen bubbel. In het geval van een gesprek wel een beetje onhandig, want uh… wat had ik gemist? Maar goed, daar word je steeds handiger in. En bovendien ben ik best slim, dus even opletten en een controlevraag stellen en hoppa, ik kon zelf wel invullen wat de strekking van het gemiste was.

Pammetje

Vervelender waren mijn knetterdrukke hoofd, moeizame energiebalans en slechte in- en doorslapen. Vooral dat laatste sloopte me. Het begon toen ik 17 was, nam extreme vormen aan in mijn 20’er jaren (drie weken achter elkaar zo goed als niet slapen was geen uitzondering) en duurde voort tot mijn toen nieuwe vriend  op mijn 38ste van mij eiste dat ik ‘er wat aan ging doen’, want ik scheerde voor de zoveelste keer in mijn leven langs de conditionele afgrond. Geen pammetje ter wereld wist mij naar Morpheus te krijgen. Na een tip van een – naar later bleek – eveneens ADD-nichtje bracht een antidepressivum uitkomst.

Schaapjes tellen

Een laatste redmiddel, want uiteraard had ik in de loop van mijn leven alle denkbare remedies geprobeerd. Van schaapjes tellen, warme melk, lavendelolie op mijn kussen, tot yoga, ademtherapie, ontspanningsoefeningen, hypnotherapie, acupunctuur, energyhealing, meditatie en ettelijke tientallen voedingssupplementen. Gelukkig was ik niet alleen in mijn misère. Mijn oma, oud-tante, twee tantes, twee nichten en mijn vader gingen mij voor in slapeloze nachten. En waarschijnlijk was slecht slapen niet het enige dat wij deelden. Ongeveer 50% van de
AD(H)D’ers lijdt aan een slaapstoornis.

Aanrommelen

Na mijn diagnose stapte ik over op Strattera. Want hé, ik was niet depressief, ik had AD(H)D! Ik voelde me er okee bij, maar mijn slaap werd nooit meer wat hij met paroxetine was. Je moet wat over hebben voor erkenning. Na een jaar of zes nam de werking van de Strattera af. Ik kreeg het gevoel dat de voordelen niet meer opwogen tegen de nadelen. Er volgde een periode waarin ik met wisselend succes aanrommelde met natuurlijke middelen. Geweldig werd het niet, maar ik viel tenminste niet om. Wel ontwikkelde ik een chronische kaakontsteking en een allergie.

Faalhaas

Met een vermoeid lijf lukte genezen moeizaam, laat staan dat ik de puf had om mijn inmiddels eigen praktijk in stressreductie uit te bouwen. Wat een duivels dilemma…. Ging ik trouw blijven aan natuurlijke remedies (en mijn leven op halve kracht draaien) of zou ik toch maar weer naar Big Pharma grijpen? Ook al voelde ik me een faalhaas – ik, specialist in stressreductie! – de chemie won.

Not me!

Misschien ontdek ik nog eens een biologisch ei van slaap-columbus, dat voor mij werkt. You never know. Maar voor nu kies ik voor mijn rust en stabiliteit. Want ik weet twee dingen zeker: dat ik leef om mijn potentieel te benutten en dat ik niet mijn vader achterna wil. Mijn lieve vader, die ieder chemisch hulpmiddel weigerde, braaf elke avond zijn ontspanningsoefeningen deed en op zijn 59-ste een herseninfarct kreeg. Toentertijd was er weinig bekend over de schadelijke effecten van chronisch slaaptekort. Inmiddels weten we dat te weinig slaap naast veroudering, hersenkrimp en een substantieel groter risico voor ongelukken de kans op een hart- of herseninfarct schrikbarend doet toenemen. En daarom zie ik mijzelf voorlopig veroordeeld tot een pil die de naam heeft een enkeling tot (zelf)moord aan te zetten. Not me! Ik slaap de slaap der onschuldigen. Goddank!

 

Its ok, not to be ok

Wat houd je momenteel bezig… Pfff ,waar zal ik eens beginnen. 

Halverwege januari, de negendaagse training effectief met ADHD afgesloten. Wat heeft me dit veel gebracht. Allereerst het echt naar mijn gevoel durven luisteren in plaats van continu maar rennen en mezelf boven water houden. Nog meer zelfinzicht, meer zelfvertrouwen en lieve mooie mensen leren kennen. Waarvan een bijzondere vriendin waardoor ik dit blog nu kan typen. En de inspiratie om zelf ooit coach te worden, ik hou van mijn huidige baan, maar mensen helpen met hun eigenheid te waarderen en in te zetten dat is een passie.  Dat wordt doel 2, doel 1 wordt RUST (haha ;)).

Grenzen

De laatste keren was ik namelijk weer behoorlijk moe, vlot in slaap komen is nooit zo mijn ding geweest, maar sinds mijn scheiding en nog wat heftige gebeurtenissen daarom heen, is 3.00 uur vaak het nieuwe 0.00 uur. Daarnaast of daardoor laatste weken toch weer bemerkt dat ik over mijn grenzen heen ging (tja, dat zal wel een dingetje blijven, ik heb toch echt ADHD) en tot een week terug weer twee weekjes ziek thuis gezeten. Blijf allerlei lichamelijke klachtjes houden, die ik regelmatig parkeer, want hé ik ben immers sterk dus we gaan door. Verdriet toelaten is moeilijk, het is vaak alles of niets. Ook dit heb ik altijd zo gedaan, door alle gebeurtenissen van de laatste tijd wordt dit versterkt. Tot het punt dat ik heb bereikt, dit wil en kan ik zo niet meer. Van doorslaan in controle-dingetjes, van een eetprobleem, van ik pak maar alcohol om rustig te blijven, van het niet echt kunnen genieten. Door alles wat maalt en het ontbreken van balans.

Onrust, chaos

Sinds drie weken begonnen met wellbutrin, het zo makkelijk op en neer gaan, soms dagen enkel maar huilen, leven van iets wat speelt en opgelost wordt en door, slopend, doodvermoeiend. Vorig jaar mezelf laten vertellen dat het niet zonder medicijnen kan. Nu zeg ik tegen mezelf, het mag wel wat makkelijker als dat kan.

Na vier dagen liep ik tegen de muren omhoog, hoofdpijn, explosies van gedachten, moe, verdrietig, zwaar. En dan sta je weer op. En nu, regelmatig verdrietjes, kan ook niet anders, er speelt veel, nog steeds dwarrelende gedachten, over iets kleins wat is gezegd wat in mijn hoofd zo groot kan worden en daarnaast het gevoel dat ik het beter leer loslaten, een plaatsje geven. In ieder geval is sinds 15 dagen mijn stemming niet meer zo extreem op en neer geweest. En dat is erg fijn. En wat ik hieruit mee heb genomen? Ja, ik ben sterk. Wat een ballast al overwonnen, maar daar hoort verdriet en het even niet weten ook bij, het mogen zeggen het gaat niet goed (en dan zien dat mensen verbaasd zijn, dat zegt ze niet vaak) ik kom er wel, stapje voor stapje, mijn grenzen steeds beter aanvoelen en er van mezelf naar mogen luisteren.

In afwachting

Met hopelijk komende week goed nieuws, of ik in mijn huidige woning kan blijven wonen. Trots op mijn geduld tot nu toe, maar na drie maanden (fouten bij meerdere kantoormutsen, pardon) begint het toch echt te vreten aan me, die onzekerheid.  Duimen jullie mee? 🙂

Ook neurotypo’s zijn verstoord

Soms voelt het alsof er twee kampen zijn. Het adhd-is-een-stoornis kamp. En het adhd-is-een-talent kamp. Volgens het eerste kamp bestaan er twee soorten mensen: gezonde mensen en mensen die ‘iets hebben’. En die laatste categorie moet pillen slikken om daar iets aan te doen. In het andere kamp stampvoeten ze als ze dit horen, want adhd is toch juist een talent? Pillen zijn juist uit den boze: waarom chemische troep slikken om je aan de gewono’s aan te passen?

Al sinds ik vorig jaar mijn diagnose kreeg, sta ik vertwijfeld op de tweesprong. Maar ik wil niet kiezen. En volgens mij hoeft dat ook niet.

Verstoord

Het eerste kamp heeft namelijk gelijk: ik heb een stoornis. ADHD-kenmerken verstoren namelijk regelmatig wat ik wil met mijn leven. Dat is een ‘stoornis’ namelijk: een verstoring, niets meer en niets minder. Het betekent niet dat je een slecht mens bent, of dat iemand jou verkeerd in elkaar heeft gezet. Je bent niet ‘gestoord’, maar ‘verstoord’ in je kwaliteit van leven.

Maar ook het tweede kamp heeft gelijk. Want die adhd-bedrading die mij in de weg zit, is tegelijkertijd mijn talent. Mijn ADD maakt mij zowel vergeetachtig en makkelijk afleidbaar als creatief en ruimdenkend. Wij ADHD’ers hebben namelijk van nature niet zoveel rem op onze gedachten en associaties en brengen moeiteloos allerlei schijnbaar ongerelateerde begrippen bij elkaar. Dat in die smeltkroes vanzelf originele ideeën ontstaan, is een vorm van creativiteit die wetenschappers ‘divergent denken’ noemen.

Ah, please!

Ook autisme, het broertje van ADHD, brengt voordelen met zich mee. Veel (maar niet alle) mensen met autisme hebben moeite hun eigen emoties te herkennen. Lastig? Ja, vaak wel. Maar uit onderzoek blijkt dat diezelfde emotieblindheid hen een kei maakt in het nemen van logische beslissingen. Want heel erg in touch zijn met je gevoelens klinkt leuk, maar maakt je ook een makkelijk slachtoffer voor valse argumenten. ‘Ah, please!’, ‘doe niet zo moeilijk’, ‘je bent de allerliefste moeder van de hele wereld, geef me nou maar een snoepje!’. Mensen met autisme raken van dit soort argumenten niet van de wap en blijven onverstoorbaar bij hun standpunt.

ADHD- en autisme-bedradingen hebben dus zowel voor- als nadelen. Maar – en dat is de crux – dat geldt natuurlijk net zo goed voor neurotypische bedradingen! Mensen zonder ADHD sturen hun concentratie gemakkelijk de goede kant op, maar denken minder makkelijk out of the box. Mensen zonder autisme zijn experts op het gebied van gevoel, maar laten zich in discussies veel te makkelijk afleiden door valse argumenten.

Doe maar gewoon

Toch zien we het gebrek aan creativiteit en logica van neurotypische mensen meestal niet als verstoring, maar als ‘gewoon, hoe mensen in elkaar zitten’. En dat is jammer. Het is jammer dat we neurotypische eigenschappen niet wat bijzonderder vinden. Want wat niet bijzonder is, is normaal. En normaal: dat is een norm. Wie niet normaal doet, is verkeerd. Wie niet normaal doet, moet zich aanpassen. Of zelfs z’n boeltje pakken en verdwijnen, toch, minister-president?

Maar er is hoop. Want er zijn momenten waarin neurotypische mensen maar wat graag op een ADHD’er willen lijken, en zich door geen enkele gewone-norm tegen laten houden. Als het carnaval is, of vrijdagavond. Dan wil iederéén ineens een ADHD’er zijn. Gaan ze jolig doen. Nemen ze een pilsje of zelfs een pilletje – ja, een pilletje, zij ook! – om die schotjes in hun hoofd te laten verdwijnen en hun remmingen te verliezen. Of denk aan al die schrijvers die zich zat zuipen om maar inspiratie te krijgen. Niet dat dat per se werkt, trouwens. Nou ja, dat ligt eraan wat je ervan verwacht. Je wordt namelijk alleen creatiever van alcohol als je dénkt dat alcohol je creatiever  zal maken…

Breinboosters

ADHD’er, autist of neurotypo: allemaal nemen we regelmatig stoffen tot ons om onze gemoedstoestand te beïnvloeden. Alcohol, koffie, ritalin, chocola, vitaminepillen, antidepressiva, groene smoothies of xtc. Het één is wat meer sociaal geaccepteerd dan het ander, maar blijkbaar is het heel ‘menselijk’ om invloed uit te willen oefenen op je bewustzijnstoestand. De ene bedrading vraagt er misschien wat meer om dan de andere. Maar echt: ritalin is slechts één van busladingen breinboosters die homo sapiens graag tot zich neemt.

ADHD, stoornis of talent? Misschien is het de verkeerde vraag. Misschien kunnen we beter vragen: hoe zorgen we dat álle mensen, ongeacht hun bedrading, een betekenisvol en fijn leven kunnen leiden? En welke breinboosters zijn effectief en prettig, maar zetten onze gezondheid niet op het spel? Laten we de strijdbijl begraven en de zaak praktisch benaderen. Dat maakt alles een stuk simpeler.

 

 

Pillenpesterij

Een beetje een onaardige titel, maar geenszins zo bedoeld. Wel even om  het onderwerp scherp te stellen. Niet om mensen of pillen te veroordelen. Juist niet! Want de mening uit onwetendheid over ADHD-medicijngebruik en de veroordeling erover. Drugs, gif. En “iedereen” die maar een beetje druk is, krijgt “zomaar” het label – de diagnose – ADHD. Die veeg ik met een grote zwaai van tafel. Inlevingsvermogen en meelevend zijn is mooi, maar ervaren is geheel wat anders. Dat geldt ook voor andere gezondheidsproblematiek of beperkingen.

Specialisten

Naast de cognitieve training en educatie start je tegelijkertijd en hoopvol met medicatie. Ik weet niet of dat voor iedereen geldt en ik weet niet of het een automatisme is. Bij ons thuis in ieder wel. Je gaat naar een instelling waar de expertise huist. Waar zorgverleners zich hebben gespecialiseerd en zich er hun werk van hebben gemaakt. Op de achtergrond weet je dat er ook handboeken (DMS) en protocollen spelen. Maar daar maak je je niet druk om. Want je wilt beterschap, hebt een zorgvraag en er is een zorgaanbod.

Medicatiegroep

Je krijgt een dosering en een een-op-een-gesprek. En een checklist voor de bijwerkingen – oh, ik mis daar de invloed van omgevingsfactoren! – en komt in een medicatiegroep. Ongeveer zeven cliënten en een uur de tijd. Soms valt het onder werktijd en baal ik als een stekker. Reistijd, werktijd en effectief zeven tot tien minuten spreektijd. Lastig. Wat ik nog moeilijker vind ik het horen van de verhalen van de anderen. Het gaat om de leereffecten en de inzichten. Maar soms ben ik gewoon geschokt. De worsteling van de mensen met het leven en de medicatie. Niet dat ik ervan moet huilen, maar het doet me verdriet. Effect of hulpeloosheid zonder medicatie. Narigheid van de bijwerkingen. Ik hoor over baanverlies, verbroken relaties, gebroken gezinnen. Bovenop mijn eigen dingen, die ik heb als alleenstaande moeder met kind, met beiden ADHD. Het helpt me dus niet. Integendeel. Mijn vraag om het medicijn individueel te bespreken wordt spaarzaam tegemoet gekomen. Zo kunnen meer mensen tegelijkertijd worden geholpen is het idee. Tja.

Medicatietoets

Het meten van gewicht, lengte en het toetsen van de bloeddruk. Dat heeft niet altijd de volle aandacht. Zowel bij mij als bij mijn kind. Twee instanties, wel in hetzelfde pand. Wel dezelfde ervaring. De bijwerkingenlijst is een lastig dingetje. Want op tijd je medicatie innemen. Opeens veel vragenlijsten, bij de intake en bij de voortgang, voorgeschreven door de zorgverzekeraar. Waar ook geen interventie op plaats vindt, begreep ik na mijn vraag. (Iets met bureaucratische verplichtingen). We gingen van laag, naar hoger en hoger en weer terug. Van kortdurend naar langdurend en ik zelf nog een keer van metylfenidaat naar dexafetamine. De bijwerkingen werden instemmend aangehoord, maar of ze ook juist werden beoordeeld? Een holistische aanpak was er niet, ook niet in een verwijzing. Ik bemerkte dat ik dat voor eigen rekening moest nemen. Ik voelde mijn gezondheid en welzijn achteruit gaan. En ik kon er niet de vinger op leggen, noch het omkeren. Na anderhalf jaar voelde ik mezelf een zwakkere versie van mezelf. Als ik, als moeder, als werknemer. Zo wil ik niet oud worden. Tweemaal werd er zorgelijk gekeken en gezegd dat “dat vervelend was”. En zo ging ik weer naar huis. Ik zag het figuurlijke ravijn  – overspannenheid – voor me. Besloot te kiezen voor een andere locatie en andere behandelaar. Acupunctuur – verplicht stil liggen – en een verre vakantie om op te laden. En nog later om geen medicatie meer te gebruiken. Ben ik, blijkt, een van de weinige waar chemische onrust wordt toegevoegd aan natuurlijke onrust. 

Tweede keer

Zoonlief wordt wel rustiger maar krijgt geen verhoogde concentratie door de medicatie. Doordat hij geen, weinig psycho-educatieve en cognitieve training, kwestie van behandelaanbod, sudderen we een beetje door. Door een samenloop van omstandigheden belanden we in een intern traject van school. Eindelijk krijgen we wel, meer en meer juiste ondersteuning op hoe je beter de juiste dingen kan doen, focussen  en keuzes maken. Een kind en soms teamgesprekken met wel vijf volwassenen. Opnieuw komt de medicatie ter sprake als (aanvullende) “oplossing”. Het raakt me diep! Ik sla hier het traject met andere hulpverleners even over. Uiteindelijk zijn we met hulp van de huisarts tot de conclusie gekomen, dat het echt niet werkt voor hem. Met diepe voldoening en tevredenheid, ben ik gerust gesteld. Vanuit de hulpverlening komt de twijfel daarover weer even stevig om de hoek kijken. Hoe sterk moet je jezelf verdedigen. 

Ik betwijfel geen medicatiegebruik. Want ik ken ook mensen die er baat bij hebben. Maar wat me nog zorgen geeft is, dat je bij een andere keuze, wel heel stevig in je schoenen moet staan. En zorgen dat je serieus gehoord wordt! Dat vind ik ernstig…..

Medicatie als remedie

medicijnen

Vlak na mijn diagnose heb ik een tijdje van alles geprobeerd qua medicatie. Om te beginnen heb ik zes weken methylfenidaat gebruikt. Aanvankelijk was ik erg blij, ik had een proefdosering gekregen om daarna de QB test (computergestuurde test die hyperactiviteit meet) nogmaals uit te voeren. Ik voelde me ontspannen en toch mezelf. So far so good. Uit de QB test kwam desondanks nog behoorlijk wat onrust en missers, maar aanzienlijk minder dan met dexamfetamine en nog minder dan zonder. Dus besluit ik het vier weken te proberen.  Ik gebruik een opbouwschema, uiteindelijk mag ik naar 80 mg en kiezen voor wel of niet een avonddosering.

Uitproberen medicatie

Na zes dagen lees ik al in mijn dagboekje terug dat ik na twee uur onwijs onrust heb, het lijkt dan al uitgewerkt terwijl het dan op zijn best zou moeten werken. Mijn onrust lijkt te weinig te reageren op de methylfenidaat, de eerste paar dagen lijkt het wel wat te doen, maar het lijkt na een week zeker niks aan mijn focus te doen. Ook slaap ik de eerste weken erg slecht, ik lig tot half 5 wakker. Wel of geen melatonine lijkt geen invloed te hebben, de ene keer slaap ik juist goed zonder en de andere keer met. Na de evaluatie ga ik dus nog door tot zes weken, ik pak standaard vier keer 20 milligram, mijn slaappatroon verloopt hetzelfde als zonder medicatie. Ik voel me wel iets stabieler maar mijn gejaagheid is net zo op en af als anders.

Een ander middel proberen

De psychiatrisch verpleegkundige begrijpt, dit levert mij nagenoeg niks en daarom wil ik er ook niet mee doorgaan. Ik krijg Wellbutrin voorgeschreven, dit gebruik ik maar twee weken omdat ik eerlijk gezegd bang wordt van de bijsluiter en het voor mij gek voelt een anti-depressivum te slikken terwijl ik verre van depressief ben. Wel wisselt mijn stemming en wordt ik zelf ook behoorlijk tureluurs van die eeuwige opgejaagdheid die altijd in meer of mindere mate aanwezig is. Ik besluit toch nog eens de methylfenidaat te proberen. Hier slaap ik alleen zo onwijs slecht van en ik word flink chagrijnig door het slaapgebrek dat ik besluit te stoppen. Inmiddels ben ik ook niet zo tevreden met mijn behandelaar en volg ik mijn behandeling verder bij een ADHD coach.

Wat wil ik zelf?

Het heeft me wel wat geleerd. Ik begon de eerste keer met medicatie terwijl ik er zelf niet helemaal achter stond. Ik ben altijd heel voorzichtig met medicatie, ik denk al goed na voor een pijnstiller. Toch liet ik me vertellen dat ik niet zonder zou kunnen. Daar ging het fout, want dat kan iemand alleen maar zelf bepalen. Als ik aanzienlijk verschil had gemerkt was ik er zeker nog mee doorgegaan. Zeker één keer per week verzuipen in mijn eigen chaos is nogal wat. Ik heb maar beperkt invloed op mijn gejaagdheid, mijn stemming is een ander verhaal want die is zo beïnvloedbaar als een onzekere puber. Ik hoop binnenkort meer te leren over hoe hier mee om te gaan op de cursus Effectief met ADHD, die over zes nachten van start gaat.

ADHD en slaapproblemen

Spannend, maar heb er ook veel zin in. Een heel weekend weg bij mijn vrouw en dochtertje om aan mezelf te werken, dat is nieuw en spannend. Verwachtingsvol ga ik ernaartoe! Ik hoop goed uitgerust te zijn, want gemiddeld één keer per week slaap ik gruwelijk slecht. Niks wat er vooralsnog tegen helpt. Ik heb al zoveel geprobeerd: geen schermen een uur voor het slapen, melatonine, met de hond wandelen, een warme douche, de dag doornemen. Tot nog toe geen remedie, wel heb ik een verklaring. Ik ben zo vaak in mijn hoofd, ik kan dit vaak redelijk begrenzen. Ik houd me in en weet de onrust binnen de perken te houden, ik verleg mijn focus wanneer ik het voel opkomen zodat ik niet te veel afgeleid ben. Ik koppel een naam aan hetgeen wat me bezig houd en stop dit zolang in een spreekwoordelijk vakje in mijn hoofd. Maar vaak zo eens per week komt het gevoel omhoog. Wat erin zit, moet eruit!

Overdag en ’s avonds heb ik al een soort zenuwachtig pre-spreekbeurtgevoel en ’s nachts krijg ik mijn hoofd en lijf niet stil, ondanks alle remedies. Ik ben benieuwd of ik op de cursus ga leren om de boel beter te begrenzen zodat de bom niet ’s nachts barst, dat zou me een hoop slapeloze nachten schelen. Ik ben heel benieuwd!

Co-mor-bi-di-teit

vrouw gedachten

Leuk woord voor galgje, toch? Ik hoorde het woord voor het eerst toen iemand mij uitlegde dat de angst- en paniekklachten met burnout die ik had, misschien wel veroorzaakt werden door ADHD. Ik schoot toen direct in de lach. Ik? ADHD?! Dat is toch iets voor drukke jongetjes van zeven? Comorbiditeit bleek een duur woord te zijn voor het hebben van klachten die bij verschillende stoornissen (vreselijk woord) voorkomen. En het bleek ook de sleutel tot mijn diagnose ADHD.

Het werkte niet

Deze diagnose kwam pas toen ik met obsessieve (en heel vervelende) angst- en paniekklachten na mijn tweede burnout in een gespreksgroep bij het GGZ aanschoof. Daar kwam stiekem het eerste besef al dat ik anders werk, dat mijn hoofd anders werkt. Hoeveel schema’s ik ook invulde, hoeveel ik ook op papier zette, hoe braaf ik mijn huiswerk ook maakte, het werkte niet. De immer gaande maalstroom in mijn hoofd werd er geen tel door vertraagd. Een hele slimme therapeute, die ik tot op de dag van vandaag heel dankbaar ben, keek gelukkig verder dan haar neus lang is en besloot dat het een goed idee zou zijn om mij te testen op ADHD. Helaas kreeg zij al snel een andere baan en werd het traject na mijn diagnose niet goed ingezet. Ik worstelde verder, nog steeds regelmatig geplaagd door angst- en paniekklachten. Tijdens die ‘episodes’, zo noem ik het maar, werd ik overspoeld door allesoverheersend piekeren, niks meer eten en een continu paniekgevoel, 24 uur per dag. Ik zeg wel overspoeld, maar het voelde bij tijd en wijlen gewoon als verdrinken in een woeste zee. Golven paniek waarbij ik geen ruimte meer had voor gezin, werk, leven. Overleven was het. De antidepressiva die ik was gaan slikken hielp weinig- achteraf logisch, want de klachten kwamen voort uit mijn ADHD.

Dit moet anders

Ik besloot dat het anders moest en ging een cursus mindfulness volgen. Van tevoren al gewaarschuwd dat ik als ADHD-er meer moeite zou hebben met mindful zijn, wat ook klopte, bleek deze cursus toch de schakel tot een andere therapeut. Eentje gespecialiseerd in ADHD. Ik noem haar mijn coach, omdat we het niet hebben over mijn jeugd, gebrek aan driewieler in mijn jeugd (grapje!) of allerlei andere ervaringen waardoor ik de klachten zou moeten hebben die ik had. We hebben het over mijn dagelijks leven, mijn gezin, mijn werk. Structuur aan brengen in de agenda, niet doordenderen en starten met Ritalin.

Beginnen met ‘drugs

Jazeker, Ritalin. De ‘drugs’ voor diezelfde drukke jongetjes van zeven, waar ik zelf ook ADHD mee associeerde. Maar in mijn geval, de medicijnen waardoor ik mijn aandacht kan richten, kan relativeren, kan zelf reflecteren en gewoon een veel leuker mens ben. Blijer met mezelf omdat ik steeds meer ontdek en meer ga herkennen welke balans tussen druk en rust voor mij werkt. Ondanks dat Ritalin niet perse gebruikt kan worden tegen angst- en paniekklachten, is de woeste zee voor mij hierdoor gekalmeerd. De golven zijn er niet meer, hooguit golfjes die ik prima op kan vangen. Gedachten gaan niet meer met mij aan de haal in de hoogste versnelling. Heerlijk! Deze blog is dus eigenlijk gewoon een tegengeluid op de verhalen in de media over het gebruik van medicijnen (‘drugs’) bij ADHD. En dat vrouwen in de dertig ook ADHD kunnen hebben en dat de diagnose ADHD niet altijd via een duidelijk aangegeven weg gaat. Via een comorbiditeit bijvoorbeeld.

Een nieuw begin

10994249_332727070254974_3683008786067659043_n

De vorige keer schreef ik over het krijgen van mijn diagnose. Inmiddels zijn er ruim vier maanden verstreken. Het voelt nog langer.  Vlak voor mijn diagnose ben ik namelijk overspannen thuis te komen zitten, het hebben van ADHD is daar een grote boosdoener in. Daarnaast spelen er nog wat persoonlijke omstandigheden, maar daarover later meer. Betuttelen, daar is waar ik graag wat meer over vertel.

Allergisch voor betuttelen

Ik ben erg allergisch voor betuttelen, en ik denk dat alle ADHD dames met mij deze allergie delen. Je zo vaak aangesproken, want oh wat wiebelde je vroeger veel, of o wat ben je toch chaotisch, of o wat ben je toch weer een flapuit! Als je eenmaal weet waar het een en ander door komt, scheelt dat zoveel. Bij mij kwam het gevoel “tot hier en niet verder” sterk naar boven. Niemand zegt me nog wie ik moet zijn en wat te doen.  Het grappige is dat de cognitieve therapie die ik voor twee maanden heb gevolgd, mij juist een heel betuttelend gevoel gaf. Meer dan de helft van de tijd werd besteedt aan zaken als hoe ik mijn post toch echt wel op een duidelijke vaste plek moet leggen. Met alle respect, ik ben geen 29 geworden met een vaste baan als ik mezelf geen structuur had aangeleerd.

Toen ik zelfs de opmerking kreeg “oh dus je moet het alleen met mijn tips doen” ( daar ik geen medicatie slik, het leverde mij nagenoeg niks op) op een toon alsof ik zonder echt niks zou kunnen, voor mijn voeten kreeg. En de opmerking “morgen is het diagnose dag, het is hier momenteel zon herrie rondom het gebouw dat is me wat met al die ADHD’ers zonder medicijnen”, dacht ik STOP.  Weer laat ik me zeggen wat moet en niet, op een manier die niet bij mij past. Ik hou er niet van om over één kam geschoren te worden, een te algemene uitleg te krijgen en eindeloos negatieve situaties te analyseren.

Aan de slag met gevolgschare

Nu ben ik sinds een paar weken onder behandeling bij een ADHD coach. Zij had het over gevolgschade, die is bij mij erg groot. Ik heb zoveel aangepast en weggestopt, dat ik soms vergeten ben waar dan spontane vrolijke meisje is gebleven. Dat meisje die niet eens meer wist wat impulsief zijn was, dat is toch erg onverantwoordelijk? Tjonge jonge, wat ben ik impulsief. Laat ik je eenmaal toe, dan zal ik op de meest onlogische momenten een gevoel krijgen van : och wat vind ik jou toch een heerlijk mens” en je zomaar op straat een knuffel geven. Zo ben ik! Een hele mooie kant van mijn ADHD brein. Die mooie kanten uitbreiden, dat lijkt me wel wat.

Waar is de ADHD?

druk hoofd

Als ADHD-er krijg ik vaak tips: “rustig aan, blijven ademhalen, maak je niet druk Monique.” Ik vind het overbodige tips want het ADHD-beestje verandert niet. Ik blijf net zolang rennen, vliegen tot het niet meer gaat en het vliegtuig neerstort. Dat gebeurt eens in de zoveel tijd. Maar meestal ben ik na een heel lange nacht slapen weer bij de pinken.

Waar is mijn gevoel?

Op een zondag in juni zit ik op de fiets, mijn motoriek werkt maar ik voel mijn lijf niet. Verschillende delen van mijn huid zijn dof, dood, gevoelloos. Vreemd genoeg raak ik niet in paniek maar denk ik alleen: “Morgen maar even naar de dokter.”

De volgende dag zit ik bij de huisarts. Deze stuurt me onmiddellijk door naar het ziekenhuis, afdeling spoedeisende hulp. Ik mag niet meer autorijden van haar en moet me laten ophalen. Heel even voel ik een golf van paniek door me heen gaan en dan word ik extreem rustig.

Ziekenhuisopname

Het wordt uiteindelijk een ziekenhuisopname van een week. Gevoelstesten, puncties van het ruggenmerg, bloedafnames, MRI-scan, lekkage van liquor en algehele bedrust. Het duizelt me maar  toch voel ik geen onrust. Mijn bezoek drukt me op het hart vooral rustig te blijven. Ik denk: “Hoe rustig wil je me hebben, ik ben nog nooit zo rustig geweest.” Ik lig in bed, volledig plat, ervaar geen ADHD-aanvallen waarbij ik ogenblikkelijk moet gaan fietsen om de onrust eruit te krijgen en zit ook niet bovenop de kast, zoals thuis bij één verkeerde opmerking al het geval kan zijn.

In deze ziekenhuisomgeving is het voor mij duidelijk hoe het werkt. ‘s Morgens krijg ik om acht uur mijn ontbijt, dan mag ik me wassen, de dokter komt rond tien uur even langs, dan is het koffietijd, om twaalf uur lunch en even daarvoor komt er nog een dame bloed afnemen. Tussendoor worden nog ergens mijn vitale functies gemeten en regelmatig gaat mijn gordijn even dicht.

Ik overweeg of ik thuis ook alles wit zal maken en een aantal van deze gordijntjes aan zal schaffen. Als ik mijn lieflijke, schreeuwerige omgeving dan als te druk ervaar, doe ik gewoon het gordijn dicht. Verder wil ik koptelefoons voor bij televisie, radio en computer zodat ook de geluidsprikkels minder zijn.

Medicatie

Er gaat geen dag voorbij zonder de vraag: “Slikt u medicatie tegen uw ADHD?” Ik antwoord dat ik nog maar één klein pilletje ’s morgens inneem. Iedere dag wordt er dan naar dat potje gekeken. Het wordt een paar keer meegenomen. Ik denk dat ze dan op Google kijken of de gevoelsstoornis een mogelijke bijwerking kan zijn.

Als ik ’s nachts aangeef dat ik pijn heb, krijg ik een pilletje. Ik slik het omdat ik teveel pijn heb om alert te zijn. Ik slaap heel raar die nacht en word wakker alsof er een vrachtwagen over me heen is gereden. De verpleegster geeft aan dat ik valium heb gekregen. “Ja maar ik had geen last van onrust, zenuwen, slapeloosheid. Waarom geven jullie mij Valium?” Het werkt ontspannend, krijg ik als antwoord. Op veel ADHD-momenten had ik een kilo Valium kunnen gebruiken, maar nu ben ik boos dat ik dit middel heb gekregen.

Bijwerkingen

Als ik thuis ben uit het ziekenhuis ga ik zelf het internet op en zoek naar mogelijke bijwerkingen van Methylfenidaat. Daar staat het zwart-op-wit: zenuwuitval, gevoelloosheid handen en voeten enzovoorts. Het lijkt op mijn klachten. Deze bijwerkingen zijn zeer zeldzaam. 1 op de 100.000. Ik stop per direct met mijn medicijnen. Dat gaat eerst goed. Ik ervaar de zelfde rust als in het ziekenhuis. Geen pilletje en gordijntje meer nodig.

Madame ADHD

Maar naarmate ik opknap en weer meer dingen doe, kom ik haar tegen: ‘Madame ADHD’. Ik loop haar tegen het lijf op het moment dat de kinderen kibbelen en het geschreeuw niet van de lucht is. Op hetzelfde moment struikel ik over een speelgoedautootje. Nu voel ik het weer: de onrust, de wereld die op me afkomt en de trein in mijn hoofd.  Ik schreeuw of ze niet hun eigen rotzooi op kunnen ruimen, roep de hond en pak de riem voor een klein ommetje buiten. Als ik weer terug ben, schudt Madame ADHD mij spoedig weer de hand. Ik mopper wederom waarop mijn lieftallige echtgenoot vraagt: “Zeg Mo, anders ga je even lopen met de hond of even boven zitten.” De schok is groot want zonder ADHD-pilletje kan ik de hele dag boven gaan zitten in mijn eentje of de hele dag met mijn hond gaan lopen. Ik wil genieten van mijn kinderen, van mijn gezin. Ik wil niet de hele dag boven zitten omdat ik dan zo lekker rustig word.

Opnieuw de pil

Ik overleg met de huisarts. De pillen zouden met een tijdje uit mijn lijf moeten zijn en de bijwerkingen dus ook. Mijn klachten zijn echter niet verdwenen en het is dus niet meer aannemelijk dat dit door de medicatie zou komen. Aangezien ik niet de hele dag boven wil zitten, besluit ik weer te beginnen. Ik ervaar meteen weer de rust.

De rebound

Maar helaas komt met het slikken van de tabletten ook de rebound weer de hoek om zetten. De rebound ofwel terugval komt langs op het moment dat de tabletten gaan uitwerken. De hele dag is de ADHD onderdrukt en met goed resultaat maar de rebound is een ware wervelstorm. De rebound voel ik aankomen, ik geef de kinderen aan dat ze beter even buiten kunnen gaan spelen want er komt storm aan. De rebound is in aantocht. Manlief maakt zich ook uit de voeten en gaat op de bank zitten. Op zijn eiland voor de televisie. Ik smijt al het vaatwerk in de afwasmachine, zet de stoelen op tafel, veeg en dweil de vloer en ga met een vuilniszak door de kamer wat er zoal weg zou kunnen. Daarna voel ik de rust terugkomen.

Ik vraag aan de man, die nog steeds op zijn veilige eiland zit: “Zeg, zal ik koffie zetten?” Man antwoordt: “Zou je dat nou wel doen want straks komt Jodokus toch nog op bezoek?” “Jodokus?” vraag ik.  “Ja, Rebommel,” antwoordt hij nu. Ik schiet onbedaarlijk in de lach. “Nee, Rebommel is net geweest.” Voor mijn gezin is het abstracte begrip van ADHD en rebound nog steeds lastig te volgen. Misschien moet ik de rustgevende gordijntjes toch bestellen.