(Don’t) break the chain!

Er zijn allerlei trucjes om jezelf als adhd’er te motiveren. Maar uiteindelijk zijn trucjes niet genoeg, ontdekten wij bloggers van ADHDvrouw.nl. Over hoe we onszelf motiveren, ook als de ketting even verbroken is.

Vroeger op de camping was ik gek op badmintonnen. Met mijn broer, mijn vader, een campingvriendinnetje, of eigenlijk met wie dan ook maar beschikbaar was. Campingbadmintonnen is geen competitiesport, maar juist een sport waarin je samenwerkt om één doel te bereiken: de bal zo lang mogelijk in de lucht houden. Het geluid van de racket die door de lucht zwiept, en dan met een klap de shuttle weer terugslaat, gevolgd door een tweestemmig ‘drie’ of ‘vijf’ of ‘zesentwintig’ of, als ze geluk hebben, ‘drieënnegentig’: ik word er nog altijd vrolijk van.

Don’t break the chain!

De bal in de lucht willen houden is een motivator van jewelste, en zelfs eentje die een bekende adhd-coach specifiek als strategie voor adhd’ers inzet. Jacqueline Sinfield schreef in haar populaire adhd-nieuwsbrief een handleiding hoe je jezelf kunt motiveren die ze ‘don’t break the chain’ noemde. Het werkt als volgt: je bedenkt welk doel je de komende maand wilt bereiken, en knipt dat doel vervolgens op in dagelijkse stappen. Als je meer wilt bewegen, kies je er bijvoorbeeld voor om elke dag een half uur te gaan wandelen; wil je gezonder eten, dan wil je bijvoorbeeld elke dag je broodje met kroket vervangen door een groene salade.

Dikke stift

Maar dan komt het belangrijkste: het printen van een lege maandkalender en het klaarleggen van een rode (of blauwe, of groene, of paarse) dikke stift waarmee je vervolgens elke dag een vinkje zet wanneer je je dagelijkse stap hebt gezet. Dat alleen is volgens Sinfield genoeg om een hardnekkig uitstellende adhd’er ineens een doel te laten bereiken.

En het werkt! Ik heb het zelf ondervonden. Want in februari wandelde ik plotseling elke dag een half uur door de wijk en voelde ik hoe mijn conditie elke dag beter werd. Totdat ik op een dag verkouden werd en echt even niet meer wilde, of kon. En toen klapte het hele boeltje in elkaar.

Desillusie

Don’t break the chain kan volgens mij geweldig werken, maar heeft ook één groot nadeel. Want even groot als de vreugde die je voelt als er geen vinkjesloos vakje in je kalender meer over is, is de desillusie die je voelt als je per ongeluk wél een keertje de ketting hebt verbroken. Als de shuttle op het natte campinggras is gevallen. Als je wél weer eens voor dat broodje kroket bent gezwicht, of, in mijn geval, als mijn wandelschoenen ineens een dag lang werkeloos in de kast hebben gestaan.

Ongegeneerd inkijkje

Dat merkten we ook hier bij Adhdvrouw.nl. Houd je vast: hier volgt een ongegeneerd inkijkje achter de schermen! Misschien kun je je voorstellen dat het af en toe best een klus is om met een team van springerige en enthousiaste, maar ook faalangstige en chronisch uitstellende adhd-dames twee keer per week een blog online te krijgen. Een tijd lang hielden we het ontzettend goed vol en zaten we in een positieve flow. Tot er een paar keer wat blogs tussen de mazen van het net vielen. Oh, wat hadden we het gevoel dat we faalden. Oh, wat was het moeilijk om weer een nieuwe ketting te starten.

Gewoon ontzettend leuk

Misschien is het je opgevallen dat er de afgelopen 2 weken geen nieuwe blogs zijn verschenen. Dat hoop ik tenminste, dat dat opviel: daar doen we het tenslotte voor, voor jou! Omdat we willen dat jij steeds opnieuw weer even dat glimpje van herkenning vindt. Omdat we willen dat adhd bij vrouwen nu éindelijk écht op de kaart komt te staan. Omdat we dat belangrijk vinden. En natuurlijk omdat we blogs schrijven ontzettend leuk vinden.

We hebben dan ook besloten om gewoon met frisse moed opnieuw te beginnen. Om onszelf niet te verliezen in dat faal-gevoel, maar gewoon weer te bedenken waarom we dit doen. Onszelf eraan te herinneren dat het léuk is om blogs te schrijven.

Piepjes en bliepjes

En dat is precies er mist als je je blind staart op trucjes als ‘don’t break the chain’. Dit soort trucjes werken op je externe motivatie: je wil iets doen, niet omdat het fijn of belangrijk is om het te doen, maar omdat er een lekkere beloning tegenover staat die je dopamineniveau eens even op zal krikken. Een vinkje met een paarse, rode of blauwe stift, of de piepjes en bliepjes van candy crush, of de confetti op je fitbit-horlogescherm als je deze dag genoeg stappen hebt gezet. Zo’n beloning heb je echt nodig als adhd’er, en ik ben blij dat ik dat soort trucjes ken. Maar het is niet genoeg. Alleen op extrensieke motivatie – motivatie van buitenaf – kom je er in mijn ervaring niet.

Intrinsiek gemotiveerd

Uiteindelijk gaat het erom dat je het leuk vindt te doen wat je doet, dat je het belangrijk vindt, dat het je voldoening geeft: dat je intrinsiek gemotiveerd bent. Omdat het gewoon heerlijk is het om met een zwiep van je racket de shuttle te raken, te voelen hoe je bloed sneller door je aderen stroomt tijdens je dagelijkse wandeling, of een hap te nemen van een frisse, groene salade. Of om de laatste zin te typen van een blog waar je best wel tevreden over bent.

 

 

 

 

Stress en een hoofd vol kwakende kikkers

Sommigen noemen het een leerstoornis. Anderen een gedragsstoornis. Zelf noem ik het een stress-stoornis: AD(H)D. Want al zijn geen twee AD(H)D’ers hetzelfde, wat we allemaal gemeen hebben is dit: stress. Door een hoofd vol kwakende kikkers.

Ik kan het weten. Niet alleen heb ik al 49 jaar ADD, ik heb er zelfs mijn werk van gemaakt – van mijn ervaringsdeskundigheid met stress, wel te verstaan.

‘Mijn cortisol is te hoog!’

Toen ik als veertigjarige voor het eerst bij mijn sympathieke psychiater kwam, moest ik me nog behoorlijk bewijzen. Hij vond mij atypisch, want ‘de meeste AD(H)D’ers hebben weinig zelfinzicht’. Ik daarentegen vertelde hem exact waar ik last van had. Gebrekkig concentratievermogen, momenten van afwezigheid, vergeetachtigheid, knetterdruk hoofd, moeite met overzicht, slecht slapen en ‘mijn cortisol (=stresshormoon) is chronisch te hoog!’. Want ik – geboren veellezer en -denker op het vlak van psychologie en gezondheid – had het allemaal al zelf uitgeknobbeld.

Vat vol kikkers

Als zoveel lotgenoten had ik al een eindeloze zoektocht achter de rug naar een minder moeizaam leven. Ik ontwikkelde me van hooggevoelig kind tot depressieve tiener naar worstelende twintiger en dertiger. Wonderbaarlijk vind ik het achteraf, dat geen enkele arts of psycholoog ooit suggereerde dat ik weleens AD(H)D kon hebben. Van de dokter moest ik ontspanningsoefeningen doen en minder hooi op mijn vork nemen, of kreeg ik slaappillen mee om even bij te tanken. Van de psycholoog moest ik praten, één op één of in een groep. Niets schadelijks dus. Maar wel: dweilen met de kraan open. Want probeer maar eens te ontspannen of je aandacht bij een gesprek te houden als je hoofd een vat vol kwakende en springende kikkers is. Good luck!

Hangen en wurgen

Een leven met ADD is een leven op hangen en wurgen. Alles lukt net, met heel veel moeite. Of lukt niet. Of je begint er maar niet aan. Altijd moe. Overprikkeling ligt continu op de loer. Je stress-systeem staat altijd aan, want je ziet, hoort, voelt, proeft en ruikt alles. Je moeite met zaken waar een ander zijn hand niet voor om draait maakt je onzeker, en daarmee weer gevoelig voor angst. Chronische stress leidt op den duur tot klachten. Het leidt tot een hoge, soms pijnlijke, spierspanning, wat je zenuwstelsel ontregelt en daarmee dus ook het zelfherstellend vermogen van je lichaam.  Het ondermijnt je immuunsysteem: elk virusje pik je op. En met een beetje pech beland je zelfs in een burnout of depressie.

Kast vol supplementen

Ik zie ze regelmatig in mijn praktijk voor stress-, angst- en pijnreductie: vrouwen of mannen met een vat vol met kikkers op hun nek. It takes one to know one. Ze hebben klachten, zijn gestrest, worstelen met hun energiebalans. Vaak gaat een niet onaanzienlijk deel van hun inkomen op aan yoga, alternatieve therapieën en een kast vol supplementen. Of ze sporten zich helemaal suf. En alles helpt een beetje. Of niet. Sommigen redden zich, met wat vallen en opstaan en veel zelfspot. Bij anderen blijft het een worsteling. Het lijf werkt niet mee. De geest is moe.

Lachen ontspant

Als therapeut en coach ben ik terughoudend in wat ik zeg. Ik ben geen psychiater en niet iedereen zit te wachten op een etiketje. Dat respecteer ik. Meestal benoem ik wat ik zie als ‘prikkelgevoeligheid’ en geef ik wat tips. Alleen als ik merk dat iemand erg aan het zoeken en worstelen is, valt het woord AD(H)D wel eens. En zelden komt dat dan uit de lucht vallen. ‘Oh, ja, denk je dat? Mijn moeder/vriend/kennis heeft dat ook al eens gezegd…’ of ‘Ik heb me dat zelf ook al eens afgevraagd’. En dan vertel ik over mezelf. Over mijn hangen en wurgen en de zoektocht naar een minder stressvol leven. En dan wisselen we wat ervaringen uit en lachen we om onszelf en elkaar. Want dat kunnen we gelukkig als de besten. En lachen ontspant.

Insomnia

40 was ik toen ik mijn diagnose kreeg. Na een leven van ‘anders’ voelen. Ik had het gevoel dat alles mij meer energie kostte dan anderen, dat ik altijd harder moest werken om dingen te bereiken. En ja… dat klopte dus. ADHD van het overwegend onoplettende type, oftewel ADD, luidde het oordeel. Dat had ik zelf ook al uitgevogeld.

Al zolang ik mij kon herinneren had ik wat ik ‘absences’ noemde. Veelvuldig even wegdromen terwijl je midden in een gesprek, les, boek, tv-programma of waar dan ook zit. Heerlijk in je eigen bubbel. In het geval van een gesprek wel een beetje onhandig, want uh… wat had ik gemist? Maar goed, daar word je steeds handiger in. En bovendien ben ik best slim, dus even opletten en een controlevraag stellen en hoppa, ik kon zelf wel invullen wat de strekking van het gemiste was.

Pammetje

Vervelender waren mijn knetterdrukke hoofd, moeizame energiebalans en slechte in- en doorslapen. Vooral dat laatste sloopte me. Het begon toen ik 17 was, nam extreme vormen aan in mijn 20’er jaren (drie weken achter elkaar zo goed als niet slapen was geen uitzondering) en duurde voort tot mijn toen nieuwe vriend  op mijn 38ste van mij eiste dat ik ‘er wat aan ging doen’, want ik scheerde voor de zoveelste keer in mijn leven langs de conditionele afgrond. Geen pammetje ter wereld wist mij naar Morpheus te krijgen. Na een tip van een – naar later bleek – eveneens ADD-nichtje bracht een antidepressivum uitkomst.

Schaapjes tellen

Een laatste redmiddel, want uiteraard had ik in de loop van mijn leven alle denkbare remedies geprobeerd. Van schaapjes tellen, warme melk, lavendelolie op mijn kussen, tot yoga, ademtherapie, ontspanningsoefeningen, hypnotherapie, acupunctuur, energyhealing, meditatie en ettelijke tientallen voedingssupplementen. Gelukkig was ik niet alleen in mijn misère. Mijn oma, oud-tante, twee tantes, twee nichten en mijn vader gingen mij voor in slapeloze nachten. En waarschijnlijk was slecht slapen niet het enige dat wij deelden. Ongeveer 50% van de
AD(H)D’ers lijdt aan een slaapstoornis.

Aanrommelen

Na mijn diagnose stapte ik over op Strattera. Want hé, ik was niet depressief, ik had AD(H)D! Ik voelde me er okee bij, maar mijn slaap werd nooit meer wat hij met paroxetine was. Je moet wat over hebben voor erkenning. Na een jaar of zes nam de werking van de Strattera af. Ik kreeg het gevoel dat de voordelen niet meer opwogen tegen de nadelen. Er volgde een periode waarin ik met wisselend succes aanrommelde met natuurlijke middelen. Geweldig werd het niet, maar ik viel tenminste niet om. Wel ontwikkelde ik een chronische kaakontsteking en een allergie.

Faalhaas

Met een vermoeid lijf lukte genezen moeizaam, laat staan dat ik de puf had om mijn inmiddels eigen praktijk in stressreductie uit te bouwen. Wat een duivels dilemma…. Ging ik trouw blijven aan natuurlijke remedies (en mijn leven op halve kracht draaien) of zou ik toch maar weer naar Big Pharma grijpen? Ook al voelde ik me een faalhaas – ik, specialist in stressreductie! – de chemie won.

Not me!

Misschien ontdek ik nog eens een biologisch ei van slaap-columbus, dat voor mij werkt. You never know. Maar voor nu kies ik voor mijn rust en stabiliteit. Want ik weet twee dingen zeker: dat ik leef om mijn potentieel te benutten en dat ik niet mijn vader achterna wil. Mijn lieve vader, die ieder chemisch hulpmiddel weigerde, braaf elke avond zijn ontspanningsoefeningen deed en op zijn 59-ste een herseninfarct kreeg. Toentertijd was er weinig bekend over de schadelijke effecten van chronisch slaaptekort. Inmiddels weten we dat te weinig slaap naast veroudering, hersenkrimp en een substantieel groter risico voor ongelukken de kans op een hart- of herseninfarct schrikbarend doet toenemen. En daarom zie ik mijzelf voorlopig veroordeeld tot een pil die de naam heeft een enkeling tot (zelf)moord aan te zetten. Not me! Ik slaap de slaap der onschuldigen. Goddank!

 

Ook neurotypo’s zijn verstoord

Soms voelt het alsof er twee kampen zijn. Het adhd-is-een-stoornis kamp. En het adhd-is-een-talent kamp. Volgens het eerste kamp bestaan er twee soorten mensen: gezonde mensen en mensen die ‘iets hebben’. En die laatste categorie moet pillen slikken om daar iets aan te doen. In het andere kamp stampvoeten ze als ze dit horen, want adhd is toch juist een talent? Pillen zijn juist uit den boze: waarom chemische troep slikken om je aan de gewono’s aan te passen?

Al sinds ik vorig jaar mijn diagnose kreeg, sta ik vertwijfeld op de tweesprong. Maar ik wil niet kiezen. En volgens mij hoeft dat ook niet.

Verstoord

Het eerste kamp heeft namelijk gelijk: ik heb een stoornis. ADHD-kenmerken verstoren namelijk regelmatig wat ik wil met mijn leven. Dat is een ‘stoornis’ namelijk: een verstoring, niets meer en niets minder. Het betekent niet dat je een slecht mens bent, of dat iemand jou verkeerd in elkaar heeft gezet. Je bent niet ‘gestoord’, maar ‘verstoord’ in je kwaliteit van leven.

Maar ook het tweede kamp heeft gelijk. Want die adhd-bedrading die mij in de weg zit, is tegelijkertijd mijn talent. Mijn ADD maakt mij zowel vergeetachtig en makkelijk afleidbaar als creatief en ruimdenkend. Wij ADHD’ers hebben namelijk van nature niet zoveel rem op onze gedachten en associaties en brengen moeiteloos allerlei schijnbaar ongerelateerde begrippen bij elkaar. Dat in die smeltkroes vanzelf originele ideeën ontstaan, is een vorm van creativiteit die wetenschappers ‘divergent denken’ noemen.

Ah, please!

Ook autisme, het broertje van ADHD, brengt voordelen met zich mee. Veel (maar niet alle) mensen met autisme hebben moeite hun eigen emoties te herkennen. Lastig? Ja, vaak wel. Maar uit onderzoek blijkt dat diezelfde emotieblindheid hen een kei maakt in het nemen van logische beslissingen. Want heel erg in touch zijn met je gevoelens klinkt leuk, maar maakt je ook een makkelijk slachtoffer voor valse argumenten. ‘Ah, please!’, ‘doe niet zo moeilijk’, ‘je bent de allerliefste moeder van de hele wereld, geef me nou maar een snoepje!’. Mensen met autisme raken van dit soort argumenten niet van de wap en blijven onverstoorbaar bij hun standpunt.

ADHD- en autisme-bedradingen hebben dus zowel voor- als nadelen. Maar – en dat is de crux – dat geldt natuurlijk net zo goed voor neurotypische bedradingen! Mensen zonder ADHD sturen hun concentratie gemakkelijk de goede kant op, maar denken minder makkelijk out of the box. Mensen zonder autisme zijn experts op het gebied van gevoel, maar laten zich in discussies veel te makkelijk afleiden door valse argumenten.

Doe maar gewoon

Toch zien we het gebrek aan creativiteit en logica van neurotypische mensen meestal niet als verstoring, maar als ‘gewoon, hoe mensen in elkaar zitten’. En dat is jammer. Het is jammer dat we neurotypische eigenschappen niet wat bijzonderder vinden. Want wat niet bijzonder is, is normaal. En normaal: dat is een norm. Wie niet normaal doet, is verkeerd. Wie niet normaal doet, moet zich aanpassen. Of zelfs z’n boeltje pakken en verdwijnen, toch, minister-president?

Maar er is hoop. Want er zijn momenten waarin neurotypische mensen maar wat graag op een ADHD’er willen lijken, en zich door geen enkele gewone-norm tegen laten houden. Als het carnaval is, of vrijdagavond. Dan wil iederéén ineens een ADHD’er zijn. Gaan ze jolig doen. Nemen ze een pilsje of zelfs een pilletje – ja, een pilletje, zij ook! – om die schotjes in hun hoofd te laten verdwijnen en hun remmingen te verliezen. Of denk aan al die schrijvers die zich zat zuipen om maar inspiratie te krijgen. Niet dat dat per se werkt, trouwens. Nou ja, dat ligt eraan wat je ervan verwacht. Je wordt namelijk alleen creatiever van alcohol als je dénkt dat alcohol je creatiever  zal maken…

Breinboosters

ADHD’er, autist of neurotypo: allemaal nemen we regelmatig stoffen tot ons om onze gemoedstoestand te beïnvloeden. Alcohol, koffie, ritalin, chocola, vitaminepillen, antidepressiva, groene smoothies of xtc. Het één is wat meer sociaal geaccepteerd dan het ander, maar blijkbaar is het heel ‘menselijk’ om invloed uit te willen oefenen op je bewustzijnstoestand. De ene bedrading vraagt er misschien wat meer om dan de andere. Maar echt: ritalin is slechts één van busladingen breinboosters die homo sapiens graag tot zich neemt.

ADHD, stoornis of talent? Misschien is het de verkeerde vraag. Misschien kunnen we beter vragen: hoe zorgen we dat álle mensen, ongeacht hun bedrading, een betekenisvol en fijn leven kunnen leiden? En welke breinboosters zijn effectief en prettig, maar zetten onze gezondheid niet op het spel? Laten we de strijdbijl begraven en de zaak praktisch benaderen. Dat maakt alles een stuk simpeler.

 

 

‘ADHD bestaat niet’

Zijn ogen twinkelden terwijl hij mij, met zijn hoofd iets scheef gehouden, aankeek, zijn kin in de lucht gestoken. Hij leek me uit te dagen. Glimlachend keek ik hem recht aan en zei:’Dat klopt.’ De betekenis van mijn woorden drongen niet meteen tot hem door en hij herhaalde: “ADHD bestaat niet.”

‘Dat klopt,’ zei ik weer. Na een korte pauze legde ik hem uit: ‘Het is hyperalertheid, door stress.’ Daarop was zijn antwoord: ‘dat klopt.’ We wisten op dat moment beiden waar het over ging. Er is veel meer aan de hand bij mensen die de diagnose ADHD of ADD krijgen dan aandachtstekortstoornis met (of zonder) hyperactiviteit. Deze naam dekt gewoon de lading niet.

Op dossiers en behandelplannen

De laatste maanden ben ik druk bezig geweest om ‘buitengewoon actieve breinen’ te omschrijven voor een boek over dit onderwerp. Die omschrijving geldt niet alleen voor mensen met een diagnose ADHD, ADD, autisme spectrum stoornis of andere psychische klachten, maar ook voor de mensen die weten dat er bij hen iets anders is dan bij andere mensen. Ook voor de mensen die niet tegen een burn-out zijn aangelopen, een depressie, eetproblemen, zware hoofdpijn, slaapgebrek, problemen in relaties, met leren en op het werk. Ik moest formuleren wat de stichting, die ik in november 2016 heb opgericht, vindt van diagnoses op zich. Wij vinden dat deze horen achter de deuren van zorginstellingen, op dossiers en behandelplannen en verder nergens anders.

En jij, die dit nu leest, een vrouw of man met een diagnose ADHD, of een betrokkene, of gewoon iemand die nieuwsgierig werd gemaakt door de kop “ADHD bestaat niet” mag weten: buiten de zorginstelling hebben deze mensen een buitengewoon actief brein. Deze benaming is neutraal en het is wat het is.

Uit de vicieuze cirkel

Laat ik teruggaan naar dat stukje over anders zijn dan andere mensen. Dat klopt. Of het is begonnen met een sterkere aanleg voor het instinct van de oermens of met een confrontatie met levensbedreigende omstandigheden, dat is voor ons nog niet duidelijk. Wat ons wel duidelijk is, is dat als je een diagnose hebt gekregen, je terechtgekomen bent in een vicieuze cirkel. Van stress, versterkte en verminderde zintuiglijke gevoeligheid, hyperalertheid, confrontaties met gevaarlijke omstandigheden/mensen, stress, enzovoort. Op een zeker moment groeide je uit tot een ander soort mens. Je leeft als een poema tussen de schapen, of een snoek tussen de goudvissen.
In het boek over ons, andere mensen, heb ik omschreven hoe je uit die vicieuze cirkel komt. Mijn man en ik hebben de eigenschappen van mensen met een diagnose ADHD en autisme op een rijtje gezet, de voordelen daarvan en de mogelijkheden om de valkuilen te omzeilen. Doelgerichtheid bijvoorbeeld en een sterk verantwoordelijkheidsgevoel. Het vermogen om snel te reageren en oplossingen te bedenken, om snel afwijkingen in het geheel op te merken, verbanden te leggen. Sterkere of verminderde zintuiglijke gevoeligheid en een associatief denkvermogen.

Deze eigenschappen zijn ontstaan door een verhoogd stressniveau en dit zijn we geneigd om in stand te houden voor de hyperalertheid die we denken nodig te hebben voor ons gevoel van veiligheid. In plaats van het opzoeken van gevaarlijke omstandigheden en mensen, kun je ook op zoek gaan naar wat een belangrijk doel voor je is, een levensdoel, iets wat je hart raakt.  Waar je bij wijze van spreken jouw leven voor zou geven. Stress wordt vanaf dat moment vervangen door opwinding, het bewust gebruik maken van jouw hyperalertheid.

Doelgerichtheid

Thom Hartmann schreef in zijn boek over ADHD (Hartmann, 2000) heel treffend waarom hij denkt dat wij jagers zijn en daar kan ik mij goed in vinden. Het hoeft niet zo bloederig te zijn als het klinkt. Het gaat om de doelgerichtheid, het verlangen naar snel resultaat en een afkeer van de poespas eromheen die de maatschappij heeft bedacht. Wetten en regelgeving en de geschiedenis van het hert, vind ik als jager niet interessant op het moment dat ik mijn prooi in het vizier heb. Daarom had ik een hekel aan school, het halen van diploma’s, en daarom zit ik niet graag de administratie te doen op kantoor. Geen tekort aan aandacht, maar een afkeer van aandacht voor in mijn ogen niet relevante zaken. De momenten dat ik wel graag leerde, kwam dat omdat ik me verdiepte in onderwerpen die mij intens boeiden. Horen of lezen stond bij mij gelijk aan weten. Wie niet weet wat hem of haar raakt, raakt vast in de vicieuze cirkel van hyperalertheid, en kan ongezonde doelen gaan stellen, met als gevolg een jacht op drank of drugs, de perfecte partner, het perfecte lijf of bijvoorbeeld het verzamelen van meer schoenen dan je ooit kunt dragen. Wie kan er nog meer bedenken?

Stichting Buitengewoon Actieve Breinen

Eigenlijk lijkt het best eenvoudig, zo in een notendop. In het boek hebben we het uitgebreider beschreven. Het concept is klaar en een cartoontekenaar gaat het verhaal vangen in beelden voor de visueel ingestelde mensen onder ons. Het moet nog geredigeerd worden en daarna wordt het uitgegeven. De opbrengst gaat naar de Stichting Buitengewoon Actieve Breinen. Ons doel is om voorlichting te geven over en door mensen met een buitengewoon actief brein, aan iedereen die daar wat aan heeft. Denk aan de mensen zelf, familie, partners, zorg- en welzijnsorganisaties,instanties, scholen en werkgevers. Daarnaast organiseren onze vrijwilligers maatschappelijke projecten, om onze visie in de praktijk te brengen.

En of ADHD bestaat? Er is zeker wat aan de hand en in de loop van de jaren hebben we heel wat ontdekt en herkend terwijl we ervaringen uitwisselden met lotgenoten. Over de naam kunnen we debatteren, maar niet over de vraag of mensen ergens last van hebben. Dat mag duidelijk zijn. Zoals ook de mogelijkheden om de daaruit voortvloeiende eigenschappen positief te kunnen gebruiken. Daar zal ik me voor inzetten, zolang ik adem. Ik zou er mijn leven voor geven. Alleen dan is herstel mogelijk voor een mens met een BAB.

Hartmann, T. (2000). Complete Guide to ADHD. Help for your Family at Home, School and Work. Grass Valley: Underwood Books.

Wat kan ik vertellen over ADHD?

kracht7

Op woensdag 18 januari ga ik voor Avanti Almere wat meer vertellen over ADHD. Het zal een vraaggesprek worden wat de mooie titel ‘Mens in Almere’ heeft gekregen. Nu heb ik zelf een tijdje voor Avanti Almere gewerkt en is de gespreksleider een goede vriendin van me, dus wat dat betreft maak ik me weinig zorgen. Tijdens het voorbereidende gesprek kwam er bij mij een waterval aan bijzondere ervaringen en anekdotes voorbij, dus het gesprek zal ik vast prima kunnen vullen. Toch wil ik niet alleen maar grappige anekdotes vertellen, ik wil echt wat meegeven. Dus de hamvraag is: wat mag ik echt niet vergeten te vertellen over ADHD?

Wat is ADHD?

Nu weet ik helaas nog niet precies wie er op 18 januari zullen aanschuiven in de Nieuwe Bibliotheek in Almere Stad, dus is het lastig inschatten welke voorkennis mensen hebben. Ik zal uiteraard kort wat vertellen over de sub-types die bij ADHD worden onderscheiden, namelijk het hyperactieve type, het onoplettende type, het gecombineerde type en NAO (niet anders omschreven). Daarnaast is het altijd goed om te benoemen dat er overlap is in symptomen van ADHD en autisme, dyslexie, dyscalculie, depressie, hoogbegaafdheid en dat deze aandoeningen ook samen kunnen voorkomen. Maar hoe vat ik verder ADHD nou goed samen? De concentratieproblemen, het chaotische hoofd, de hyperactiviteit, associatief denken, uitdaging en structuur nodig hebben, wat is nou de kern zonder dat ik te kort door de bocht ga? Want het is echt meer dan ‘een beetje druk zijn’ of je niet lekker kunnen concentreren. Impulsiviteit, niet presteren naar je kunnen, groots denken, geen filter hebben, grenzenloos zijn, veel prikkels zoeken, makkelijk overprikkeld raken en ogenschijnlijk eindeloos energie hebben horen net zo goed bij ADHD.

ADHD in mijn dagelijks leven

De vraag vanuit Avanti Almere is om iets te vertellen over ADHD vanuit het perspectief van een ervaringsdeskundige. Daarom is het denk ik goed om te kijken naar hoe de positieve en negatieve effecten mijn dagelijks leven mede bepalen. Als ik kijk naar mijn energie, hyperfocus, afgeleid zijn, out of de box ideeën, uitdagingen opzoeken en toch vasthouden aan agenda’s en planningen, geen blad voor de mond hebben en zwart-wit doen en denken dan zie ik wel degelijk een rode lijn. Ik ben heel positief, optimistisch en ondernemend, mijn ADHD doet daar een lekker schepje bovenop. Juist daarom is het moeilijk om te onderscheiden wat ‘ik’ ben en wat ‘ADHD’ is. Hoe zwart-wit ik ook af en toe kan zijn, dat onderscheid is uitermate grijs. Soms kan ik mijn gebrek aan concentratie en het niet kunnen stil zitten flink vervloeken. Maar op andere momenten ben ik juist blij dat mijn energie en doorzettingsvermogen dezelfde pas kennen, mijn grootse ideeën me op het juiste spoor zetten en mijn impulsiviteit de reden is voor talloze memorabele avonturen.

ADHD, wat kan je ermee?

Veel mensen die meer informatie zoeken over ADHD kennen de negatieve kanten of, mooier gezegd, de uitdagingen. Dat zijn ook vaak de dingen die in symptomenlijstjes, nieuwsberichten en wetenschappelijke of medische artikelen worden benoemd. Maar vergeet niet dat ADHD net zo goed een gave kan zijn, je moet alleen wel weten hoe je ermee om kan gaan. Het leven wordt dan niet plotsklaps één groot feest met slingers en champagne, maar het kan wel een flink verschil maken in je levensgeluk en zelfbeeld. Ook dit wil ik graag benadrukken om zo ruimte te maken voor meer ‘bijzondere hoofden’ op de werkvloer en in de dagelijkse praktijk. De uitdagingen blijven, maar zonder de kwaliteiten te gebruiken wordt het een heel zwaar leven. Daar is niemand mee geholpen.

Creatief

De meeste mensen met ADHD denken net even anders dan de rest en lopen daardoor tegen allerlei problemen aan. Maar wanneer er een situatie ontstaat waarin vrij brainstormen, last minute toevoegingen en creatieve oplossingen voor onoplosbare problemen gewenst zijn, dan zie je vaak de creatieve geest van een ADHD’er opbloeien. Juist door associatieve gedachten, herkenning op gevoel of inhoud en bijna kinderlijk groot dromen kan het creatieve ADHD-brein het verschil maken.

Flexibel

Vergeten, overheen gelezen, niet gezien, niet gehoord, ik dacht dat het pas volgende week was. De excuses op school waarom huiswerk niet af was gelden vaak net zo goed voor het huishouden, afspraken waar weinig regelmaat in zit (garage, tandarts, of ben ik de enige die dat ALTIJD vergeet?) en afspraken die worden gemaakt als het ADHD-brein zich alweer op wat anders heeft gestort. De levenslange race tegen vergeten vergt veel flexibiliteit van het lijdend voorwerp. Moet dat immense werkstuk morgen af? Dan trek ik wel een nachtje door. Gymkleren vergeten? Met een T-shirt en een legging kom ik er ook. Zo lang de druk niet overdreven hoog is, kan deze flexibele en oplossingsgerichte houding een kwaliteit zijn voor jezelf en je omgeving.

Hyperfocus

Dit is voor mij zowel een kwaliteit als een valkuil, want die twee gaan bij mij bijna altijd hand in hand. Wanneer ik in mijn hyperfocus zit voelt het alsof ik de wereld aankan en iets heel bijzonders aan het doen ben. Het voelt lekker om me helemaal onder te dompelen in werk, een boek lezen of iets anders wat mijn aandacht helemaal opslokt. Het lastige is dat ik dit uren kan doen en daarna instort omdat ik veel te veel van mezelf heb gevraagd. Zet je hyperfocus gericht in, dan is het een echte kwaliteit! Ik werk met een RSI-app op mijn laptop die me waarschuwt om pauze te nemen, een telefoongebruik-app op mijn telefoon om te monitoren hoeveel ik hem gebruik en sinds kort een activity tracker die zegt wanneer ik te lang op mijn kont heb gezeten. Zo zet ik mijn hyperfocus een tijdje gericht in zonder teveel van mezelf te vragen, in de tijd dat ik aan het werk ben kan ik nog steeds bergen verzetten!

Heb jij goede tips of ideeën die ik echt niet mag vergeten om de 18e te vertellen? Ik hoor het heel graag!

Gepest

12065844_764069337072059_6603208186687994261_n

Had ik als kind maar geweten wat ik nu weet. Ik kon niets veranderen aan het gedrag van klasgenoten, maar ik had wel anders geoordeeld over deze mensen, over mijzelf en over mijn leven op dat moment. Ik haatte school. Vooral de eerste jaren van de middelbare school vond ik zo erg dat ik elke ochtend met het lood in mijn schoenen van huis ging. In de derde klas heb ik veel gespijbeld. De pesterijen werden dat jaar te erg en ik voelde me zo eenzaam, zo afgewezen.

Daar was even een connectie

Mijn beste vriendin zat op de havo en ik zat op de mavo. Na schooltijd spraken we vaak af. We vonden dezelfde dingen belangrijk, hadden dezelfde idealen en daar konden we urenlang over praten. Toen ik na het behalen van mijn diploma doorstroomde naar de havo, werd het fijner voor me om naar school te gaan. De mensen in de klas namen het leven en leren net zo serieus als ik. Het was niet zo dat ik alle lesstof zo boeiend vond. Eigenlijk vond ik er geen klap aan, al die algemene kennis, de wijsheid van anderen, die ik moest leren. In het examenjaar van de mavo was er een klasgenootje dat op een dag opmerkte voor de hele klas: ‘Ik denk dat Margriet zo hard leert omdat ze zo snel mogelijk van school af wil zijn.’ Aan mijn stralende glimlach en heftige knikken kon iedereen zien dat ze de spijker op z’n kop had geslagen. Het ergste ‘stuudje’ en ‘tutje’ van de klas haatte naar school gaan en leren net zo erg als de anderen om haar heen. Op dat moment zagen we voor het eerst dat we iets met elkaar gemeen hadden. Daar was even een connectie, heel even maar.

Origineel zijn

Had ik toen maar geweten hoe wij mensen in elkaar zitten als we nog zo jong zijn, dat we het meest bezig zijn met ontdekken wie we zijn. Had ik maar geweten dat een mens zichzelf alleen kan leren kennen door zich te spiegelen aan anderen. Dat het gevoel dat ik anders was dan de anderen, gewoon klopte, en dat zij daarom niets van mij wilden weten en ik niets van hen. Voor mijn gevoel kwam ik van een andere planeet, was ik een ander soort wezen. Er liepen wel mensen rond die op mij leken, maar dat waren er maar weinig en die zaten niet bij mij in de klas. Het advies dat ik van de meeste volwassenen kreeg, was dat ik meer op de andere meiden moest lijken. Maar mijn ouders hielden mij gelukkig altijd voor om zoveel mogelijk mezelf te zijn, om origineel te zijn. Daardoor accepteerde ik dat ik anders was. Ik deed geen pogingen om erbij te horen. Achteraf begrijp ik dat dit als olie op het vuur zijn geweest.

In de jaren dat ik van een meisje veranderde in een vrouw, keerden jongens zich zo ongeveer letterlijk in walging van me af. Zij maakten grapjes over mij en ten koste van mij, door klasgenoten te pesten met het idee dat zij mij wel eens leuk zouden kunnen vinden. Met de nieuwe mogelijkheden om elkaar te bereiken in dit digitale tijdperk, zijn pesterijen erger geworden, voorbij de grenzen van school en werk. Ik heb geluk gehad. Zodra ik naar huis ging, was ik verlost van de afwijzingen. Dan kon ik mij terugtrekken in mijn eigen wereld.

Jouw werkelijke gezicht

Besef je dat de enige persoon in de wereld die jou kan zijn, jijzelf, de enige persoon is die nooit jouw werkelijke gezicht kan zien? Daar zijn hulpmiddelen voor nodig, zoals een spiegel, of andere mensen. In de eerste vijfentwintig tot dertig jaren van jouw leven ben je vooral bezig met het ontdekken wie je bent, net als ieder ander mens. Je zoekt naar jezelf in de gezichten, de overtuigingen en het gedrag van je ouders, familie, vrienden, klasgenoten, collega’s. Als je weinig herkent, is het moeilijker om jezelf te leren kennen. Je kunt in dat geval vooral ontdekken wie je bent aan de hand van aanwijzingen over wie je niet bent. Zodra jij je probeert aan te passen aan de anderen, probeert om je aan te sluiten bij mensen die er anders uitzien, anders denken, zich anders voelen, en vooral andere persoonlijke waarden hebben, kunnen er twee dingen gebeuren. Of er zijn mensen die aanvoelen dat jij je anders voordoet dan je bent en zij zullen je afwijzen. Hoe harder jij je best doet, hoe gemener die afwijzing wordt. Of het lukt je om de anderen te overtuigen en je raakt het besef van wie je echt bent, kwijt. Als reactie hierop zul je de mensen die je tegenkomt, die wel op jouw ware zelf lijken, afwijzen, misschien zelfs pesten.

Beter contact

Had ik dit maar geweten. Ik houd van duidelijkheid, wil weten hoe iets komt, het begrijpen, om ermee om te kunnen gaan. De pesterijen hadden maar een boodschap: jij bent anders dan ik. En het enige wat ik had kunnen zeggen, is ‘dat klopt’. En ik kon niet anders doen dan mij rustig omdraaien en op zoek gaan naar de mensen waar ik mezelf meer in herkende. Op de mavo zat ik in de verkeerde omgeving, daar waar geen mensen waren waar ik mezelf in herkende. Dus mijn advies, vanuit mijn ervaring: als jij gepest wordt, keer je om, zoek naar de mensen waar jij jezelf in herkent en maak daarmee contact. Zijn die niet om jou heen op de school of op het werk waar je bent, zoek dan toch een andere school of een andere werkplek. Werk aan een toekomst die bij jou past, doe de dingen waar jij graag mee bezig bent. Pas daar jouw opleiding en werk naar aan, zodat meer mensen waar je mee leert en werkt, jouw belangstelling delen en op jou lijken. Je zult daar beter contact mee kunnen maken. Wordt jouw kind gepest, ondersteun hem bij wat ik zojuist heb aangeraden. Geef haar de kans om te zijn wie zij is; geef hem de kans om vrienden te vinden waarin hij zichzelf herkent.

Zodra je mensen die pesten op hun gedrag aanspreekt, er tegenin gaat, veroordeel je hun gedrag en bevestig je de afwijzing. Er zal dan niets veranderen, want zij zullen jouw afwijzing spiegelen. Het is zoals het is, gewoon het gevolg van een natuurlijk zoeken naar wie je bent. Doe je dat bewust, dan heb je in ieder geval vrede met jezelf. Vanuit dat gevoel zul je meer mensen om je heen verzamelen, die jouw begrip van wie jij bent en jouw gevoel van eigenwaarde versterken. De kans is groot dat daarna de stem van de anderen steeds zachter zal klinken.

Wat zijn jouw ervaringen?

Dit verhaal wil ik afsluiten met een oproep. Schrijf jouw ervaring met pesten en geef daarbij antwoord op een of meerdere van deze vragen: Ben je gepest of word je gepest? Heb je gepest of pest je iemand? Wat werkt of werkte voor jou? In wie herken jij jezelf? Bij wie voel jij je geaccepteerd?

Stuur je verhaal naar pesten.adhdvrouw@gmail.com. Ontvangen we voldoende verhalen, dan stellen we daar een boekje van samen om het gericht aanpakken van pesten te ondersteunen. Alvast heel erg bedankt namens ADHDvrouw en het BAB Instituut.

Hans en Grietje Syndroom

42-emotion-commotion

‘Ach, wat jammer nu weer’, denk ik moedeloos. Het zweet breekt me uit. Ook al ben ik het wel gewend van mijzelf, het is toch elke keer weer schrikken. Ik ben weer iets vergeten.  Jarenlang maakte ik mijzelf verwijten dat het aan MIJ lag, MIJ, MIJ, MIJ!!  Nu weet ik sinds kort dat het indirect aan mij ligt, dus aan mijn hersenen. Dat geeft wat rust, hoewel ik nog steeds vergeetachtig en chaotisch ben.

Werkstress

Dit keer moet ik een presentatie over ons softwareproduct houden.  Iets waar ik bekend mee ben. Toch ben ik van tevoren gespannen. Kan de routeplanner het wel aan om de juiste weg te vinden? Zijn er geen files (nou dat is dan een makkelijk antwoord, die zijn er wél)? Kom ik wel uit mijn woorden? Zijn de mensen aardig of is de directeur/directrice een bullebak(kin)? Et cetera et cetera.

Improviseren

Na een lange rit in de ochtendfile ben ik in een landelijke omgeving beland. De beamer is mee, evenals een paar laptops. En wat vergeet ik? De snoeren! Kijk, de vinger op de zere plek. Dat heeft iemand zonder ADD nooit. Dat weet ik zeker. Dus moest ik weer eens improviseren. Met klotsende oksels. Vooral tegenwoordig, ik werk meer en wordt ouder. Als echte ADD’er ben ik DUS  inmiddels bekend met improvisatie, dus ik improviseerde me een ongeluk. Dat kost veel energie. ’s Avonds viel ik dus weer in slaap bij een ontspannende film. Dan hoef ik tenminste niet echt na te denken. Ratelt het in mijn hoofd niet zo door en BAMMMM daar ga ik! Wanneer er dan een straaltje slijm langs mijn mond omlaag sijpelt op het kussen en ik wakker schrik van een soort van snurkje wordt het tijd om naar mijn bed te sloffen. Waaruit ik dan om 03.00 ’s nachts wakker schrik. Maar daar had ik het niet over.

Van alles vergeten

Ik had het over ‘van alles vergeten’.  Ik zeg weleens smalend; ‘ik lijk op Hans van Grietje’. De mensen kijken mij dan verwonderd aan. Meer vragend, eigenlijk. Ook zie ik dan een lichte frons die erop zou kunnen wijzen dat ze denken;  ‘Die heeft ze niet allemaal op een rijtje. En wie waren Hans en Grietje nu ook al weer?’  Ik durf erom te wedden dat je, toen je het las, hetzelfde dacht?  Dat ik van de hak op de tak spring?  Moeilijk te volgen? Zelf weet ik precies waar ik het over heb. Maar toch frustrerend dat ik soms niet eens meer weet wat voor verhaal ik aan het vertellen was. Ik stop dan midden in een.

Midden in Een

Hans en Grietje werden namelijk midden in een bos gestuurd omdat hun ouders te arm waren om hen eten te geven. Niet dat ik geen eten heb, daar gaat het niet om. Het gaat om Hans. Hij was zo slim om kiezelsteentjes mee te nemen en deze te laten vallen op de weg naar het diepe bos. Zo kon hij makkelijk de weg terugvinden. En daarbij Grietje ook. Dat vertel ik er maar bij, mocht ik anders vragen krijgen. Maar, ik vergelijk mijzelf met hem. Hans.  Niet qua slimheid. Nee, zo ben ik niet. Wel met een spoor achterlaten. In mijn geval  spulletjes: sjaals, paraplu’s (ook maar mee gestopt) en soms een pasje. Ik roep altijd dat je mij altijd terug kunt vinden, als je mijn spoor maar volgt. Dat is dan wel weer fijn.

P.S. Moet er wel de bereidheid zijn mij terug te willen vinden. Daar heb ik in de privé-sfeer soms mijn twijfels over.